Met Gelijke Munt – Waterceremonie bij de Rijksmunt

Met Gelijke Munt – Waterceremonie bij de Rijksmunt

Water is essentieel voor het leven: wat we eten bestaat voor een groot deel uit water, we drinken water, we gebruiken zelfs water om onze huizen te bouwen, of het nu het hout is dat water gebruikt voor groei, of beton; cement dat vermengd wordt met water om te harden. Ons lichaam bestaat voor meer dan 50 % uit water.
We gebruiken water om te koken, en het wassen van onszelf, onze vaat en onze kleding. Onze voorouders woonden daarom vlak bij het water. Er was een voortdurende interactie met het water. Destijds was dat letterlijk: men liep naar de waterkant om de handen te wassen, om water te halen…
Onze huid maakte contact met het vrije open stromende water. Er was contact. Als onze handen het water voelen, dan voelt het water ons.
En toen het water verder weg was, hebben we pompen gemaakt waarmee we het grondwater omhoog haalden om onze emmers mee te vullen. “Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen…”

Hoe anders is dat nu? Nu we de luxe hebben dat water uit een kraan komt. Luxe…
Daardoor hoeven we niet meer naar de waterkant. We hoeven niet meer te bukken en het contact aan te gaan met de rivier of het meer.
Dat laat zich zien in ons landschap.
Ik was op zoek naar een mooie plek voor een waterceremonie in Utrecht – West: een deel van Utrecht waar veel water is. Daar loopt het Merwede kanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal, de Leidse Rijn en allerlei waterpartijen en verbindingen.

 

Ik heb lange tijd in Alkmaar gewoond aan het Noord-Hollands kanaal in het centrum tegenover het accijnstorentje. Dat is van oudsher de plek waar de boten accijns betalen om te liggen en te laden en lossen. Het is ook de plek waar boten konden keren omdat daar een bocht in het kanaal is – een breder deel. Wonen aan het kanaal leverde bijzondere taferelen op: soms was het ineens donker in de huiskamer. Daar voer dan een ongeladen vrachtschip langs van 5 meter hoog. Eén keer keek ik op van mijn boek en zag de boeg van een vrachtschip richting ons huis wijzen, prachtig gecentreerd tussen de kanten gordijntjes, alsof hij elk moment binnen kwam varen…
Het geeft mij altijd een blij gevoel om een aanlegpaal te zien; een dukdalf of meerpaal. Met daarop een meeuw of aalscholver die over het water uitkijkt.
Toen ik in Utrecht ging studeren zocht ik dan ook graag het water op. Een plek waar ik altijd graag zat was de Munt, het open stuk water voor de Rijksmunt. Daar waar de Leidserijn het Merwedekanaal elkaar kruizen. In het midden ligt een uniek stukje Nederland: een dubbele sluis met daartussen een niemandsland: een soort plein op het water. Zelfs de geur was bekend, omdat het net als in Alkmaar rook naar soya dat in die tijd (tot 2002) nog verwerkt werd in de Cereol fabriek.

 

 

Deze grote open watervlakte leek me een fijne plek om een waterceremonie te houden.
Toen ik daar heen ging om een juiste plek te zoeken, viel me op dat het onmogelijk is om ‘aan het water’ te zijn. Alle kademuren zijn hoog. Er zijn wat trappetjes aangebracht om het water uit te komen. Niet om er in te komen. Zelfs de lagere delen waren nog zo hoog dat ik liggend niet met mijn handen bij het water kon. Waar het wel lager was, lagen woonboten en lag de waterkant op prive terrein.
Toen realiseerde ik me dat het tegenwoordig onmogelijk is om nog interactie hebben met het water. We hoeven niet, maart ook kunnen we niet eens meer zoals onze voorouders deden met onze armen door het water woelen. Wat een armoede!
Ons contact met het essentieelste deel van ons leven – het  ‘WATER’ – wordt onmogelijk gemaakt.
Want woelen door het water is zo anders dan watertappen van een waterstraal uit de kraan. En dan heb ik het niet eens over de ‘doodsheid’ van kraanwater; er zit geen vitaliteit meer in omdat het geen natuurlijke draaiingen en kolkingen meer doormaakt voor het uit onze kranen stroomt.   Als je handen het water raken heb je echt contact. Je voelt hoe de koude je omhult. Je neemt waar hoe de wereld boven het water weerspiegeld wordt in het water, met soms een tweede beeld erdoorheen van wat zich onder het oppervlak bevindt. Het is een magische spiegel waar je dan even in verdwijnt.

Nederland Waterland!
Gelukkig vond ik een steiger vlakbij het gebouw van de Rijksmunt, het gebouw waar tot voor kort ons muntgeld werd gemaakt. Ik kreeg een ingeving.
Wat hebben wij Nederlanders veel te danken aan het water! We zijn rijk geworden dankzij het water. We zijn een volk van schepenmakers, zeevaarders, handelaars… De handel over het water heeft ons rijk gemaakt.
Vóór het christendom brachten onze voorouders offers aan het water. Er zijn in Noord-Holland alleen al honderden complete potten gevonden die aan het water geschonken zijn als offergave. En in de eeuwen daarna? Zijn er er ooit offers geschonken aan het water sinds het water ons de rijkdom schonk? Heeft de Rijksmunt ooit munten geofferd aan het water naast zijn deur, zoals elke volk munten in de bron werpt voor geluk? Wat denk jij?
Precies! Nooit!
En daar is het nu tijd voor. Met gelijke munt terugbetalen! Letterlijk; de balans terugbrengen. Wat een inzicht!

Dus ik ben naar het prachtige gebouw gegaan. Het was open. Binnen bij de receptie werd me verteld dat de Koninklijke Rijksmunt is opgekocht door een Belgische holding die blijkbaar geen waarde hecht aan traditie en een paar jaar geleden is verhuisd naar een nieuwbouwpand in Houten. Alle munten, machines en collecties zijn meeverhuisd. Maar als ik wilde kon ze me wel rondleiden want het werd nu verhuurd als eventlokatie. Vanwege de corona restricities zijn er weinig tot geen events meer. Er was tijd en ruimte voor mij. Ik hoopte nog ergens wat geld op te duikelen en altijd leuk natuurlijk.
Het was een prachtig historisch pand. Ik was in de goudsmelterij, de zilverwerkplaats etc. Er lag nog een pad van goud te glinsteren in het zonlicht; de oude gulden munten gegoten in kunsthars. Maar een losse munt ? Helaas.
Bij het verlaten van het pand zag ik bij de entree een bak met stenen en een windlicht. Ach dan neem ik een steen mee…   zei ik tegen de vrouw. En juist daar tussen lagen blijkbaar munten! Ze herinnerde zich dat ineens. Ik heb de munten opgeladen met de energie van het pand, met alle munten, met alle handel. En deze munten zou ik offeren aan het water.

De ceremonie
De volgende dag lagen we met vier vrouwen aan het water, plat op de steiger met onze handen in het water. Het was er druk… drukker dan ik ooit heb gezien in Utrecht. Natuurlijk is het tegenwoordig een stuk drukker buiten vanwege de corona restricties. En het was weekend én mooi weer. Maar toch, het leek wel of het zoemde daar. Alsof het duidelijk was dat er daar iets ging gebeuren.
We hadden allemaal offergaven mee; stenen van ver, bloemblaadjes, meer muntjes, en zelfs arctisch smeltwater.
Ik sprak de welkomswoorden aan de spirits van het water, aan de voorouders en aan de windrichtingen. We zongen een waterlied. Ik liet de klankschaal in het water zakken en sloeg hem aan… Drie meter verderop sprong prompt een vis omhoog en iets verder ook… het trilling van de klankschaal bewoog zich door het water. Een witte Walvis van speksteen die ik afgelopen jaar heb gemaakt kreeg zijn doop en leek bijna weg te zwemmen uit mijn handen. Het maakte wonderlijk genoeg rimpelingen onder het wateroppervlak die kenmerkend zijn voor beweging van een vis. Zijn spuitgat leek gevuld met een kristal.
Toen pakte ik de munten uit de Rijksmunt. Daar, namens Nederland, namens alle handel, namens de Munt, dankte we het water voor zijn gulle giften en geschonken diensten. Nu was het tijd terug te betalen. Deze munten die symbool staan voor al het geld liet ik zachtjes het water in glijden…
De munten glommen hun zilveren glans in het licht van de zon. Ze keerden om en om en zakten steeds lager. Tot er niets meer zichtbaar was…
Het water heeft geen stem om mee te spreken maar toch ervaarden we alsof het water ons offer accepteerde. Het was of er een balans was hersteld.
Want dát is het doel van ceremonie. Balans herstellen. Laten weten dat er bewustzijn is op aspecten die niet in balans zijn. Daarom is het aan de mens om ceremonies te doen. Wij mensen hebben bewustzijn, wij kúnnen nadenken over dat wat gebeurd is, en het gebeurde zien in het groter geheel. Maar bewustzijn alleen is niet voldoende. Na bewustzijn komt het hart. Vanuit het hart wordt de ware connectie gemaakt. Het hart opent bij vreugde, bij dankbaarheid en bij wederzijdse vergeving.
En als het hart opengaat wordt de connectie gelegd, een glanzende lichtlijn van hart tot hart, ook van het hart van water tot het hart van een mens. En daar is het waar het voelbaar is.

Laten we vaker ceremonie doen. Ik nodig je uit.

 

In dankbaarheid

Nicole
nicolezonderhuis.nl

1 Comment

  1. Wat bijzonder mooi ❣️Dank je wel 💗👼🙋‍♀️Hilda

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to site top